Maison Fleurie

Op dit moment zijn alle kavels verkocht.

  • De kavels liggen aan een slingerende laan met groene bermen en laanbeplanting.
  • Groene zone met wadi (groenstroken waar overtollig hemelwater wordt opgevangen) aan de achterzijde.
  • De woningen zijn verdeeld in vier verschillende architectuurstijlen: modern, landelijk, expressionistisch en klassiek.
Beschikbare kavels bekijken

Bestemmingsplan

  • Het project Maison Fleurie maakt onderdeel uit van de wijk Polderwijk.
  • De uitwerking van de bestemmingsplannen vindt u op de website van de gemeente onder Polderwijk (nummer 14).

Modern

  • Kavels 1.1 tot en met 1.6
  • Met deze architectuurstijl wordt een vrije interpretatie van ‘het nieuwe bouwen’ en ‘functionalisme’ uit de jaren ’20 van de vorige eeuw bedoeld.
  • Kenmerkend voor deze architectuur is de open relatie tussen omgeving en interieur door ruimbeglaasde gevels, het gebruik van moderne materialen, zoals staal, glas en beton en het vermijden van versiering of ambachtelijke details.
  • De lichte uitstraling wordt gerealiseerd door glas direct onder een kap of een horizontale gevelindeling. Referentieprojecten zijn woningen die even boven tuin/straatniveau staan. De bouwwerken staan niet zwaar op de grond, maar staan door staal en gewapend betonconstructies verheven boven het straatniveau.
  • Een architectuur met een lichte en transparante, moderne uitstraling. Dit is te realiseren door toepassen van veel glas doorlopend tot op de vloer en in de hoeken en het toepassen van een strakke detaillering zonder ornamenten en versiering. Het toepassen van moderne materialen heeft de voorkeur.
  • Te herkennen aan:
    • Transparante bouwvolumes met kap of plat dak
    • Ruimtelijke plattegrond gericht op omgeving
    • Goot- en bouwhoogte tot maximaal 10 meter
    • Materiaalgebruik gevel: vooral veel glas, overige materialen: vrij
    • Materiaalgebruik dak: vrij
    • Detaillering: strak met een lichte uitstraling, zonder ambachtelijke ornamenten
    • Kleurgebruik: vrij
    • Bijgebouwen: ontworpen in dezelfde architectuurstijl als het hoofdgebouw of duidelijk ondergeschikt
      in vorm, materiaal en situering
    • Gevelindeling: vrij

Landelijk

  • Kavels 2.1 tot en met 2.7
  • Met deze architectuurstijl wordt een vrije interpretatie van traditionele boerderijen op zandgronden in Nederland uit de afgelopen twee eeuwen bedoeld. Bij deze boerderijen werd de schuur en de woning als een éénlaags gebouw onder een grote kap gerealiseerd.
  • Kenmerkend van deze stijl is een grote kap die op een éénlaagse bebouwing staat. De gevels zijn van metsel- of keimwerk en hebben kleine vensters. De daken zijn vaak van riet, keramische dakpannen of combinaties daarvan.
  • Bijzondere detaillering wordt toegepast in de vorm van ambachtelijk timmerwerk voor luiken, versiering aan de kop van de daken (bijvoorbeeld het zogenaamde uilenbord) en rond de hoofdentree.
  • Een architectuurstijl met een gesloten uitstraling, waarbij de kap dominant is en ambachtelijke detaillering centraal staat.
  • Te herkennen aan:
    • Overwegend gesloten bouwvolumes met kleine openingen
    • Hoofdvorm: één laag met kap
    • Goothoogte tot maximaal 4 meter
    • Bouwhoogte tot maximaal 10 meter
    • Materiaalgebruik gevel: metselwerk, keimwerk of stucwerk
    • Materiaalgebruik dak: keramische dakpan, lei of riet
    • Detaillering: ambachtelijke uitwerking
    • Kleurgebruik: metselwerk in natuurlijke tinten okergeel, lichtbruin en bruinrood
    • Bijgebouwen: duidelijk ondergeschikt in vorm, materiaal en situering
    • Gevelindeling: gesloten met kleine openingen

Expressionistisch

  • Kavels 3.1 tot en met 3.7
  • Kunt u zich moeilijk voorstellen wat een expressionistische bouwstijl is? Bekijk een filmpje om inspiratie op te doen.
  • Met deze architectuurstijl wordt een vrije interpretatie van ‘het expressionisme’ in Nederland en de aanverwante ‘Amsterdamse School stijl’ uit het begin van de vorige eeuw bedoeld.
  • Kenmerkend voor deze architectuur is de toepassing van veel baksteen, met uitbundige ambachtelijke versieringen en een grote plastische, veelal asymmetrische, uitdrukking van de gevel.
  • Het plastische karakter wordt verkregen door toepassing van onder andere steile daken, opvallende schoorstenen, daklijsten of soms zelfs door toegevoegde bijzondere bouwelementen zoals torentjes. Samen vormen deze elementen een asymmetrische gevelindeling.
  • Opvallend zijn de details in het metselwerk en verbijzonderingen bij de voordeur, rondom ramen of schoorstenen.
  • Te herkennen aan:
    • Sculpturale gemetselde bouwvolumes
    • Goot- en bouwhoogte tot 10 meter
    • Materiaalgebruik gevel: vooral gebakken steen, keimwerk
    • Materiaalgebruik dak: riet, gebakken pan of gebakken lei
    • Detaillering: rijke details in metselwerk
    • Kleurgebruik: vrij
    • Bijgebouwen en hoofdgebouw zijn integraal ontworpen, passend bij de veelal asymmetrische opzet van de bebouwing
    • Gevelopbouw: asymmetrisch

Klassiek

  • Kavels 4.1 tot en met 4.5
  • Met deze architectuurstijl wordt een vrije interpretatie van (neo-) klassieke gebouwen uit de 18e en 19e eeuw bedoeld.
  • Kenmerkend voor deze architectuur is de monumentale uitstraling door (deel-) symmetrie, royale afmetingen en heldere hoofdopzet.
  • De hoofdentree is in het algemeen centraal gepositioneerd en wordt extra benadrukt door bijvoorbeeld een overdekte entree, kolommen of het verbijzonderen van de deur zelf met versiering.
  • De gevels worden opgetrokken in baksteen, keimwerk, stucwerk of natuursteen.
  • Verdiepingen zijn hoger dan standaard evenals de hoogte van de ramen.
  • De gevels hebben een verticale indeling, waarbij de hoogte van de ramen altijd groter is dan de breedte. Versieringen en ornamenten uit de klassieke oudheid of van (neo-) klassieke gebouwen, zoals timpanen of kolommen kunnen worden toegepast.
  • Te herkennen aan:
    • Monumentale woningen met kap en opvallende goot/daklijst
    • Goothoogte tot maximaal 7 meter
    • Bouwhoogte tot maximaal 10 meter
    • Gevelindeling: symmetrische of deelsymmetrische indeling
    • Verticale openingen: hoge deuren en ramen t.o.v. de breedte
    • Materiaalgebruik gevel: vooral gebakken steen, keimwerk, beton en geschilderd hout
    • Detaillering: rijke details in metselwerk en onder andere verbijzondering rond ramen, goten, entrees en balkons
    • Materiaalgebruik dak: keramische dakpan of le
    • Kleurgebruik: vrij
    • Bijgebouwen: ontworpen in dezelfde architectuurstijl als het hoofdgebouw en duidelijk ondergeschikt. De bebouwing behoudt de sterk symmetrische opzet

  • Op de kavels zijn bouwvlakken voor de hoofdgebouwen opgenomen.
  • De bouwvlakken worden bepaald aan de hand van de kavelgrenzen.
    • Ten opzichte van de kavelgrenzen, grenzend aan de openbare ruimte moet 4 meter worden aangehouden.
    • Ten opzichte van de onderlinge perceelgrenzen geldt 3 meter afstand
    • Ten opzichte van de achterperceelgrens moet 8 meter worden aangehouden.
  • De hoofdgebouwen moeten binnen de bouwgrenzen van het bouwvlak worden gerealiseerd.
  • De positie en omvang van de bebouwing in het bouwvlak is vrij. Door de hoofdgebouwen vrij binnen de bouwvlakken te realiseren, wordt een losse en open bebouwingsstructuur gerealiseerd passend bij het karakter van laan.
  • Afhankelijk van het architectuurthema is de maximale goot- en bouwhoogte voor het hoofdgebouw aangegeven.
  • Binnen het bouwvlak hoofdgebouw mogen ook bijgebouwen worden gerealiseerd.

Om het groene karakter van de laan in stand te houden, zijn er enkele regels voor de bebouwing en het parkeren op eigen terrein. Daarmee wordt voorkomen dat auto’s het straatbeeld gaan bepalen.

  1. Om de auto’s uit het straatbeeld te halen moet de opstelplaats achter de voorgevellijn liggen.
  2. Op de kavels dient minimaal een parkeer­plaats voor twee auto’s te worden aangelegd. Een garage wordt niet als parkeer­plaats gerekend. Het realiseren van twee opstelplaatsen achter de voorgevellijn betekent dat er naast de woning een vlak van minimaal 5 x 5 meter is of dat er een parkeervlak van minimaal 2,5 x 10 meter aanwezig moet zijn.

  • Per kavel wordt één inrit gerealiseerd van maximaal 4,5 meter breed om de bermen van de laan groen te houden.
  • De situering van de inrit moet bij de bouwaanvraag worden aangegeven en afgestemd met de aansluiting van de nutsvoorzieningen (water, riolering, stadsverwarming, elektra, telefoon en kabel) voor de woning.
  • De nutsvoorzieningen moeten onder de inrit worden gesitueerd in verband met de plantmogelijkheden voor de laanbeplanting.

  • VACwonen Zeewolde is een zelfstandige en onafhankelijke adviescommissie.
  • De organisatie toetst en adviseert over de plannen voor woningbouw en woonomgeving op praktische bruikbaarheid vanuit de visie van de woonconsument.
  • Contactgegevens: e-mail: vaczeewolde@hotmail.com.